Ga naar: Home  Over de haven  Geschiedenis  15e-19e Eeuw
15e-19e Eeuw : Brugge's ondergang

15<sup>e</sup>-19<sup>e</sup> Eeuw

Terug

De Brugse handelaars trekken zich geleidelijk terug uit de actieve handel en vervullen meer en meer de rol van makelaar of tussenpersoon. Daardoor gaan ze wel meer afhangen van de vreemde handelaars. De Bruggelingen verliezen geleidelijk hun greep op de kernactiviteit: de handel zelf.


Nog andere factoren spelen een rol in de economische teloorgang van Brugge:
- het Zwin, de levensader voor de maritieme bereikbaarheid van de stad, begint te verzanden.
   Sluis wordt de nieuwe voorhaven van Brugge.
– in Engeland wordt een eigen lakennijverheid ontwikkeld, de uitvoer van wol uit Vlaanderen
   krijgt het daardoor erg moeilijk. De schepen die Brugge bevoorraden moeten vaak leeg
   terugvaren en komen daarom liever niet meer aanleggen. Ook het protectionistische verbod
   om Engels laken in te voeren, doen de handelaars uitzien naar andere oorden.
– andere havens, zoals Antwerpen, Hamburg en Bremen komen tot ontwikkeling en nemen
   geleidelijk aan de handelsfunctie van Brugge over.
Men kan stellen dat Brugge na 1450 zijn economische macht voor een groot deel is kwijtgespeeld.

 

In de 15e eeuw, onder de Bourgondische Hertogen, Filips en Karel de Stoute en Maria van Bourgondië, kent de stad wel nog een nieuw hoogtepunt, maar dan wel in de eerste plaats als cultuurstad met een grote aantrekkingskracht op kunstenaars, zoals Memling, Van Eyck

Onder de Habsburgers en de Spanjaarden (Keizer Karel) en door de godsdienstoorlogen sluimert de stad geleidelijk aan in. Maximiliaan van Oostenrijk wilde de macht van Brugge beknotten en voerde zware belastingen in. De politieke troebelen die daarop volgden leidden tot zijn gevangenzetting in Brugge in 1488. Uit wraak ontnam hij de Brugse handelaars na zijn bevrijding nog meer privileges. Tijdens de Tachtig-jarige oorlog wordt Brugge een frontstad en in 1604 wordt Sluis zelfs ingenomen door de Noordelijke Nederlanden (door de troepen van Maurits van Nassau): Brugge was meteen zijn voorhaven en zijn verbinding met de zee kwijt.
Dat werd bovendien nog eens bevestigd door de Vrede van Westfalen (1648) die het einde van de godsdienstoorlogen en het vastleggen van de grenzen tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden betekende. Ook Antwerpen had geen uitweg meer naar de zee. Voor Holland daarentegen werd het een ‘Gouden Eeuw’.

In de 17e eeuw probeert men in Vlaanderen nog de handel te doen heropleven door de aanleg van het Kanaal Oostende-Brugge-Gent met de handelskom in Brugge maar Brugge is dan al lang geen wereldhaven meer en speelt slechts een bescheiden rol op regionaal vlak.
Onder Napoleon werd gestart met de aanleg van een kanaal tussen Brugge en Breskens (vandaag bekend als de Damse Vaart) maar dat project werd door de Belgische revolutie nooit afgewerkt. Globaal gezien is de periode van de 16e tot de 20e eeuw voor Brugge een periode van armoede geweest. Men had eenvoudigweg geen geld om oude gebouwen door nieuwe te vervangen en zo bleef heel wat van het historisch kader van de middeleeuwen bewaard. Maar dat zou pas in de tweede helft van de 20e eeuw de toeristische kassa doen rinkelen.

©2001-2010, MBZ Top
Home
Feedback
Print
Zoek